Naar overzicht
Poging tot een rem
Samenleving en politiek dringen al jaren aan op loonmatiging aan de top. Sinds de eeuwwisseling greep de overheid in bij (semi-)publieke organisaties, de financiële sector en haar staatsdeelnemingen. In het bedrijfsleven is het echter aan aandeelhouders om op de rem te trappen.
Een man met munten loopt tegen grenzen.
Een man met munten loopt tegen grenzen.
Illustratie: Luis García

Na de ongeremde groei van de beloningen werden bestuurders in 2004 voor het eerst tot de orde geroepen. In de code voor goed ondernemingsbestuur voor beursgenoteerde bedrijven, vernoemd naar zijn maker Morris Tabaksblat, werd de vertrekvergoeding gemaximeerd op één jaar. Ook moest de verhouding tussen vaste en variabele beloning worden uitgelegd. Verder werd ook de toekenning van de bonus afhankelijk gesteld van vooraf bepaalde prestatiecriteria.

Vier jaar later werden de eisen onder Jean Frijns — directeur beleggingen bij pensioenfonds ABP — verder verduidelijkt. Het beloningsbeleid mocht bestuurders niet aanzetten tot het nastreven van eigenbelang. Een goede verhouding tussen de korte en lange termijn was vereist en er moesten ook niet-financiële doelen worden opgenomen.

timeline
yZAzPC7pbXjaPGMaexZLsbkhVHw
Tijdlijn

Bij het bepalen van het beloningsbeleid moest ook de verhouding van de beloning voor de ceo tot zijn collega-bestuurders en managementlagen worden meegewogen en uitgelegd. En bij ontslag hoort geen vergoeding. Het beloningsbeleid moest ook eenvoudig en inzichtelijk zijn, en ook als zodanig worden verantwoord. Transparantie zou, zo was de hoop, een rem zetten op de groei.

Terug naar de basis

Nadat de beloningsparagrafen in de jaarverslagen enorm waren uitgedijd, greep de opvolger van Tabaksblat en Frijns — accountant en toezichthouder Jaap van Manen — in de code van 2016 terug op de basisprincipes: een goede balans tussen korte en lange termijn, gericht op langetermijnwaardecreatie en eenvoudig te begrijpen. Nieuw was dat de ceo zijn of haar eigen beloning moest kunnen uitleggen. Kortom: meer eisen, maar geen rem op de groei.

Vanuit de Europese Commissie zijn er sinds 2017 regels opgelegd die aandeelhouders meer zeggenschap geven over de bestuurdersbeloning (SRD II-richtlijn). Zo moet voortaan driekwart van de aandeelhoudersvergadering instemmen met een nieuw beloningsbeleid.

Ook moeten bedrijven meer inzicht geven hoe de beloning zich verhoudt tot de bedrijfsprestaties. Brussel eist daarnaast dat de beursfondsen rapporteren over de interne beloningsverhoudingen, in het bijzonder de beloning van de ceo in verhouding tot het gemiddelde medewerkersloon (de 'loonkloof').

Streng Nederland

Aangemoedigd door publieke opinie en politiek heeft de overheid meer werk van matiging gemaakt. Na de financiële crisis van 2008 zijn er maatregelen genomen om de bereidheid om risico's te nemen in te dammen bij bankiers. Daartoe is onder meer de variabele beloning gemaximeerd tot 20% van het basissalaris. Daarin is Nederland veel strenger dan Europa, waar het plafond is gesteld op 100%.

Voor de (semi-)publieke sector gelden sinds 2013 maxima als het gaat om de beloning en het ontslag van topbestuurders. Dat betreft ministers, ambtenaren en topbestuurders bij ziekenhuizen, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en de publieke omroep.

Er worden regelmatig uitzonderingen op deze Wet Normering Topinkomens (in de volksmond beter bekend als de Balkenendenorm) gemaakt, bijvoorbeeld voor bestuurders van De Nederlandsche Bank. Er ontstaat ook geregeld opwinding over de verdiensten van presentatoren bij de publieke omroep. Maar het beleid heeft wel gewerkt.

Als aandeelhouder maakt de Staat bij deelnemingen als Schiphol en de NS gebruik van zijn stemrecht om de beloningen te matigen.

De ceo van een groot beursfonds kan zich vandaag de dag qua jaarsalaris meten met topvoetballer en Ajax-aanvoerder Dusan Tadić, maar blijft achter bij de inkomsten van fotomodel Doutzen Kroes in haar topdagen en al helemaal bij Martin Garrix, veelvoudig uitgeroepen tot beste dj ter wereld. Aan de andere verdient een gemiddelde ceo van een Nederlands beursfonds twintig keer de beloning van 's lands grootste ziekenhuisdirecteur en zesentwintig keer het inkomen van de hoogste politieke bestuurders.

Hogere belastingen

Ten opzichte van het buitenland blijkt jaar op jaar dat ceo's in Duitsland, om maar te zwijgen over het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, beter worden beloond dan hun Nederlandse collega's. Concluderend kunnen we stellen dat meer transparantie en meer uitleg niet heeft geleid tot een rem op de beloning. Het maakt dat Den Haag nu nadenkt over een hogere belasting op vermogen.

Resteert de vraag of een hogere beloning leidt tot betere prestaties. Daarvoor bestaan geen harde wetenschappelijke bewijzen, behalve dan dat als er heel veel geld op het spel staat ceo's alles uit de kast trekken om hun doel te realiseren. Ze zijn de laatsten om te zeggen dat ze worden gemotiveerd door geld. Belangrijker lijkt te zijn dat ceo's hetzelfde willen verdienen als hun gelijken, in Nederland maar ook daar buiten. Of aandeelhouders gaan zorgen voor de rem valt te bezien. Die zijn tevreden als de ceo dezelfde financiële pijn (en financieel genot) ervaren als zijzelf.

Naar overzicht
Verantwoording
Topbeloningen zitten complex in elkaar. De methodiek verschilt van bedrijf tot bedrijf. Daardoor zijn de bedragen uit jaarverslagen onvergelijkbaar met elkaar. In samenwerking met De kern van de zaak heeft het FD de Nederlandse topbeloningen vergelijkbaar gemaakt en een analyse gemaakt.

De opbouw, trends, regulering en de toekomst

Bij een deel van de analyse is gebruikgemaakt van onderzoek van De kern van de zaak, een onafhankelijke adviseur op het gebied van beloningen. In dat onderzoek zijn de ontwikkelingen van de topbeloningen in kaart gebracht. Het richt zich op dertig bedrijven, gelijk verdeeld over de AEX-, Midkap- en Smallcap-index. De onderzoeksperiode loopt van 2004 tot en met 2020. De resultaten zijn in context geplaatst, zoals in verhouding tot de ontwikkeling van het salaris van de gemiddelde Nederlandse werknemer, de omzet van het bedrijf en zijn beurswaarde.

Het jaarlijkse beloningsonderzoek 2022

Het onderzoek is uitgevoerd onder twintig Nederlandse ondernemingen opgenomen in de AEX-index, die hun jaarverslag over 2021 recentelijk hebben gepubliceerd. De totale directe beloning van de ceo's is berekend op basis van salaris, de bonus over het jaar 2021 en de actuele beurswaarde van de recentste langetermijnbeloning in aandelen die onvoorwaardelijk is toegekend ('vested') in 2022, op basis van prestaties geleverd over de periode 2019-2021.

Bij DSM is de langetermijnbeloning in aandelen over 2021 niet bekendgemaakt en is uitgegaan dat 100% van aandelen onvoorwaardelijk wordt toegekend. Adyen, ArcelorMittal, Prosus, Unibail-Rodamco-Westfield (URW) en Universal Music Group (UMG) zijn niet meegenomen in het onderzoek.

Bij financiële instellingen, die een afwijkende systematiek hanteren, is in de totale beloning begrepen de toekenning over 2021, inclusief het gedeelte waarvan de uitkering is uitgesteld. De beloning bij Relx, die cijfers in ponden verantwoordt, is omgerekend tegen de gemiddelde valutakoersen van 2021. Dit deel van het onderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van De kern van de zaak.

Het FD heeft de loonkloof berekend. Bij de beloning is op basis van de informatie uit jaarverslagen zoveel mogelijk de berekende beloning van de ceo (zie hierboven) vergelijkbaar gemaakt met die van de gemiddelde medewerker. De berekende pay ratio's wijken in een aantal gevallen sterk af van het getal dat de ondernemingen zelf verantwoorden in hun jaarverslag. De belangrijkste verklaring voor die afwijkingen zit in de berekeningsmethode die van onderneming tot onderneming verschilt.

Colofon
Redactie
Lara Ankersmit
Pieter Couwenbergh
Pim Kakebeeke
Sjors Rodenburg
Met medewerking van
Hein Haenen (Kern van de zaak)
Design
Erwin Hoekstra (infographics)
Estée van Muijden
Tahirah Salomon
Illustraties
Luis García
Techniek
Dirk van der Straaten
© Het Financieele Dagblad 2022